
De winter spreidt steeds
verder zijn ijzige vingers. De dag
zal moeilijk greep krijgen op het klamme mistdeken dat nu
al een aantal etmalen over de stad ligt.
We volgen Geert Verdonckt die net op zijn gouden polshorloge
de tijd chekt: 7u22.
Met zijn 1m78, zijn 41 jaar, zijn donkere haar met scheiding,
zijn bruine winterjas met verplichte speldje van zijn opdrachtgever
in het knoopsgat, zijn grijze flanellen broek en zijn aktetas
waarin een tijdschrift, vijf boterhammen met kaas en een appel
steken, behoort hij tot de stoet reizigers die dagelijks de hoofdstad
met hun werkijver aanpakken.
Vlot stapt hij uit de trein waarmee hij 37 minuten voordien vertrok.
Haastig volgt hij de snelle stroom pendelaars die net als
hij te vroeg uit bed moesten.
Onmiddelijk herkent hij de zoete opgewarmde geuren van het station.
In heel wat vitrines van de verkoopsstalletjes floept het
neonlicht reeds geel en groen. Op dit uur gooien de alom-
tegenwoordige TV-toestellen de passanten al aankondigingen van
karatefilms en licht pornografische prenten in het gelaat.
Waarom moet Geert plots aan An denken? Hoe ze op dit
ogenblik de kinderen waarschijnlijk aanport om door te eten. Ze
zullen straks ongetwijfeld hun dikke jassen en hun wintermutsen
aantrekken en naar school rijden.
De roltrap voert hem nu dieper in de buik van de metropool.
De lauwe lucht wordt zuurder. De wanden van de gangen zijn
doortrokken van een scherpe urinegeur. Terwijl hij nog enkele
trappen neemt, probeert hij zijn ademhaling tot het uiterste
minimum te beperken. Het is onmogelijk om minder snel te
stappen dan de honderden onbekenden die hem als een stuk
hout in de ruwe rivier meesleuren.
Net op het gepaste moment komt de ondergrondse er aan. De
deuren openen hun mond en terwijl ze de ene opslokken,
spuwen ze de andere passagier uit. Geert vindt onmogelijk een
zitplaats en leunt verplicht tegen lijven van verschillende leeftijd.
Zelf weet hij ook niet hoe hij het fenomeen kan verklaren, maar
telkens hij de metro neemt, gaat zijn fantasie als een dolle
hengst er vandoor.
Wat als een terroristische splintergroep een krachtige bom heeft
geplaatst? Wat als de remmen van het toestel uitvallen en het de
hele dag als een speelgoedtreintje rondjes moet draaien?
Wat als het decor van alle metrostations verdwenen is en hij
nooit meer ergens kan uitstappen? Wat indien de deuren..... ?
En dan plots!!!
Zeven minuten later zet het betrouwbare ondergrondse dier
Geert probleemloos bij zijn juiste bestemming af.
“Het wordt dus geen normale dag”, denkt hij.
.....en dan plots!!!