Wie is in beweging en heeft totaal geen
vermoeden dat er een projectie aan de gang is?
Iedereen die zich verplaatst met een min of
meer constante snelheid op mechanische wijze
en dit via een vast traject kan in aanmerking
komen. Dit is zo in het geval van trein en
metro-reizigers.
In ons voorstel kiezen we een publiek dat reist
met de metro.
We willen op een openbare plaats iedereen
laten participeren! De duizenden mensen die
zich dagelijks door de stad begeven.
Het is een stadsgebeuren voor jong en oud, rijk
en arm, migrant of niet, kortom alle lagen van
de bevolking.
Volgens de gegevens die we reeds doorkregen van de
MIVB is er gedurende de spitsuren om de 3 minuten
een metrostel, met 2, 3, 4 of 5 wagons.
Een eenvoudige berekening!
Als er dagelijks gemiddeld om de 10 minuten een
metrostel vertrekt met 4 wagons, met daarin
gemiddeld 15 mensen per wagon dan zitten we al
aan een 2880 kijkers per dag…!!!
DE LOCATIES
Als het project wordt uitgevoerd met een trein
dan moeten we ons opstellen langs het spoor
op een plaats die schaars verlicht is.
Weinig omgevingslicht is aangewezen om zo
min mogelijk de kracht van de flitslichten aan
te tasten.
Dit zou kunnen in tunnels of op een brug
(rekening houdend met het feit dat enkel vanaf
het tijdstip wanneer de avond valt kan worden
geflitst).
Een brug biedt ook een betere beschutting voor
de werken. (de grote foto's)
Beter en eenvoudiger is de keuze van de metro.
Als de rij beelden (foto's) worden opgesteld in
een metrotunnel dan zijn deze beschut tegen
regen en ongewenste beschadigingen.
Maar vooral door de heersende duisternis in de
schachten kan het filmisch effect de ganse dag
toegepast worden.
Door het artistieke project in de metro te
plaatsen willen we het een grotere
aanwezigheid en zichtbaarheid geven.
Zo is ook de culturele drempel volledig weggewerkt.
Mensen stappen op de metro en zijn zich van
niets bewust wat ze te zien zullen krijgen…
De discrete dialoog met het publiek door
middel van licht en beeld kan bijdragen tot de
kwaliteit van de openbare ruimte, in ons geval
de metro van Brussel.
DE ERVARING
De metroreizigers, die door het raam kijken,
ervaren volkomen onverwacht een filmisch moment.
Naargelang het aantal beelden die naast elkaar
worden geplaatst wordt de filmische ervaring
verlengd of verkort.
Je kunt dit vergelijken met het effect van het
alom gekende animatieboekje. Dit bevat een
aantal achter elkaar geplaatste foto's die samen
een filmische sequence vormen. Als je er vlug
doorheen bladert, onstaat er een beweging
binnen de beelden. De beweging duurt zo lang
het boekje dik is.
DE VERRASSING
De verrassing van dit moment is totaal.
Niemand verwacht een filmische beweging te
zien doorheen het metroraam. Men is een
duisternis in de gangen tussen de verschillende
stations gewoon.
Voordat men goed en wel beseft wat er aan de
hand is, stopt de filmervaring. Een looptijd
tussen de 2 en 5 seconden wordt haalbaar en als
interessant vooropgesteld.
Mensen wrijven zich eventjes door de ogen en
vragen zich af of dit werkelijkheid dan wel
droom was.
DE INHOUD VAN DE BEELDEN
In het metro-voorstel selecteerden we een
aantal korte bewegingen.
Soms spelen we in op het specifieke karakter
van deze nieuwe filmervaring nl. de snelheid
van de toeschouwer.
VOORBEELD:
Stel U voor! U neemt de metro. Het metrostel
start zijn traject. We kijken naar buiten maar
daar is het donker... tot ... plots een figuur
voorbij het metrostel loopt en wuift naar de
reizigers. U gelooft uw eigen ogen niet. Er overstak
een loper het metrostel en dit in een schacht van de
lijn.
Zo namen we verschillende korte acties op die
de snelheid van de toeschouwer in vraag stelde.
> een fietser passeert het metrostel
> een auto doet een inhaalmanoeuver
Of we houden het sober. We zien door het
raam van de coupé een hoofd dat meedraait
met de voorbijglijdende metro. Het hoofd past
net binnen het formaat van het raam. Het
monumentale karakter van het hoofd wekt de
nodige bevreemding op bij de toeschouwers in
het metrostel.
Steeds wordt gezocht en gewerkt naar een
symbiose tussen de inhoud van de sequenties
en de locatie waar het werk zal opgesteld worden.
Een ideale locatie om dit werk nog verder inhoudelijk
te ondersteunen is de metrolijn van en naar het
Brussels Filmmuseum. Het is een eerbetoon aan het
medium dat nu iets langer dan 100 jaar bestaat.
DE TECHNIEK VAN DE BEELDEN
Het formaat wordt aangepast aan de afstand
en de grootte van het rijtuigvenster tot de
muur van de metroschacht en aan de snelheid
van het voertuig.
De bedoeling is dat het beeld het volledige
doorzicht van het raam bestrijkt. De kijkervaring
varieert nog alnaargelang de plaats waar
de reiziger zich bevindt in de metrowagon. Als
de metroreiziger zich aan het raam bevindt zal
zijn zicht naar buiten toe een grotere hoek bestrijken
dan iemand die verder van het raam af zit.
Een te vergelijken situatie met de plaats van
de kijker in een bioscoopzaal.
De materie-uitwerking kan op verschillende
manieren gebeuren.
Al naargelang de aard van de tunnel en het be-
schikbare budget is er de keuze om te werken
met foto's (zwart/wit of kleur) die worden
opgeflitst met een extern stroboscopisch licht
of kiezen we voor de installatie van
lichtbakken met een intern stroboscopisch
licht en een transparant als afbeelding.
DE TECHNIEK VAN DE FILMISCHE
BEWEGING
De snelheidsbeweging van het voorbijrijdende
rijtuig wordt gesynchroniseerd aan het opflitsen
van de beelden.
Telkens als het raam van het voertuig zich voor
een beeld bevindt flitst, een voor het beeld of
achter de dia gemonteerd flitslicht, het beeld
op.
Een perfecte filmische beweging bestaat uit 24
beelden per seconde.
Echter zonder de continuïteit van de beweging
te schaden kunnen we het aantal beelden per
seconde inperken tot 10 à 12.
Een eenvoudige berekening!
De trein passeert aan een snelheid van 60 km
per uur. Het raam is 1 meter breed en 80 cm hoog.
Hoeveel foto's en welk formaat hebben ze dan?
60 km/uur = 60000m/uur = 60000/3600 = 16,6m/seconde
Het metrostel legt een afstand van 16,6m af in 1 sec.
Als we 10 beelden per seconde willen plaatsen
dan zal het formaat van de werken varieren van
1 m tot 1,6 m in de breedte.
Dit al naargelang de afstand die wordt bewaard
tussen de beelden in en de afstand tussen de
muur van de metroschacht tot aan het
metroraam. De hoogte van het beeld wordt
hier ook op afgesteld.
Om dit filmische effect echter niet te beperken
tot een enkel raam moet de flitsintensiteit
worden herhaald op het zelfde beeld. Het
filmische effect moet voor alle metroreizigers
zichtbaar zijn.
Dit kan door het stroboscopisch licht te
synchroniseren aan de ramen van het metrostel.
